Wat gebeurt er als je ademt met God? (+ podcast EO Life Rules)
Klik hierboven om de podcast aflevering te beluisteren.
Liever in spotify beluisteren? Klik hier.
Liever lezen als een blog? Dan heb ik het hieronder in schrijftaal gezet, om prettig te kunnen lezen 🤓
Elke ademhaling is een kans om opnieuw te beginnen
Je dagen gaan door. Je denkt na over wat er gisteren gebeurde, maakt je zorgen over morgen en probeert ondertussen alles te doen wat vandaag van je wordt gevraagd. Je lichaam doet mee, maar misschien merk je nauwelijks hoe het met je gaat. Tot je schouders vastzitten, je adem hoog zit of je eindelijk stil wordt en ontdekt hoeveel onrust er vanbinnen is.
De adem kan je helpen om weer thuis te komen in je lichaam. Om te voelen wat er in je leeft en in het hier en nu aanwezig te zijn. En om, midden in je dag, opnieuw verbinding te maken met God.
Want je kunt alleen op dit moment ademen. Niet in het verleden en niet in de toekomst. Elke ademhaling herinnert je eraan dat je hier bent. En elke ademhaling is een kans om opnieuw te beginnen.
Je lichaam doet mee
We denken meestal niet na over onze ademhaling. Die gaat vanzelf, ook wanneer we slapen. Toch vertelt je adem vaak iets over hoe je je voelt. Als je bang bent, blij bent of spanning ervaart, verandert er iets in je ademhaling.
Dat herken je misschien wanneer je veel piekert. Je zit in je hoofd, je lichaam spant zich aan en je adem komt hoger te zitten. Rustig ademen wordt dan moeilijker.
Wanneer we het over ademhaling hebben, hebben we het dus ook over het lichaam. Bij het inademen trekt je middenrif samen en beweegt het naar beneden. Bij het uitademen ontspant het weer. Als je veel spanning ervaart, kan het moeilijker worden om die beweging ontspannen te laten gaan.
Met rustige adem- en ontspanningsoefeningen kun je ruimte maken om weer wat meer te ontspannen. Daarbij gaat het ook om leren opmerken: hoe zit ik hier eigenlijk? Wat voel ik? Waar houd ik spanning vast?
Vaak luisteren we pas naar ons lichaam als er iets pijn doet of vastzit. Maar je kunt ook eerder leren luisteren.

Toen ik zelf niet meer tot rust kon komen
Voor mij werd de betekenis van ademhaling heel persoonlijk na het overlijden van mijn vrouw. Ik zat vast, psychisch en lichamelijk. Ik kon moeilijk ademen, kwam nauwelijks tot rust en zat voortdurend in een soort vechtstand.
Ik was boos en verdrietig, maar ging daar telkens bij weg. Ik wilde helemaal niet voelen wat er in mijn lichaam leefde, want dat deed pijn. Het was rauw en hard.
Tijdens de rouwtherapie kreeg ik ademhalingsoefeningen. Eerst om wat meer te ontspannen, maar ook om weer verbinding met mezelf te maken. Door heel voorzichtig te ademen, kon ik langzaam weer thuiskomen in mijn lichaam. En daar ontdekte ik wat ik steeds op afstand had gehouden: ik was diep verdrietig en boos.
Daar moest ruimte voor komen. Heel langzaam, heel voorzichtig. Die manier van ademen heeft mij enorm geholpen. En gaandeweg werd het ook een manier van bidden.
Bidden als je weinig woorden hebt
Mijn boosheid ging ook over God. Hoe was het mogelijk dat Hij zoiets liet gebeuren? Ik had zoveel gebeden. Er was iets stukgelopen in mijn relatie met Hem, en een deel van mij wilde er niets meer mee te maken hebben.
Toch bleef er diep vanbinnen iets wat mij naar God toetrok. Een kleine vlam, een innerlijke stem. Alleen wist ik niet goed wat ik nog moest zeggen.
Terwijl ik de ademoefeningen deed, ontdekte ik dat ik een naam van God of een vrucht van de Geest op mijn adem kon laten rusten. Bijvoorbeeld zachtmoedigheid. Dat woord hielp mij om zachter bij mezelf aanwezig te zijn en om voorzichtig weer ruimte te maken in mijn relatie met God.
Zo ontdekte ik het ademgebed: een manier van bidden met heel weinig woorden en met de adem.
Je hoeft niet altijd veel te zeggen om bij God te zijn. Soms mag een enkel woord met je meegaan, terwijl je rustig in- en uitademt.
Aarde en adem
Thuiskomen in je lichaam kan misschien wat vreemd klinken. Maar het is heel concreet: je voeten op de grond voelen, merken hoe je zit en je bewust worden van wat je ziet, hoort en ervaart. Hier ben ik. Hier sta ik. Ik besta.
In het scheppingsverhaal komen aarde en adem samen. God vormt de mens uit aarde en blaast hem de levensadem in de neus. De mens komt tot leven. En in het Nieuwe Testament zien we opnieuw die beweging van het blazen, wanneer Jezus over zijn leerlingen blaast en spreekt over het ontvangen van de Heilige Geest.
De adem komt op bijzondere momenten terug in de Bijbel, verbonden met leven en Gods aanwezigheid. Dat maakt de adem voor mij ook een mooi beeld: zo dichtbij als mijn adem is, zo dichtbij mag ik mij Gods aanwezigheid herinneren.
Ook wanneer ik mij daar even niet bewust van ben.
Wat als je juist onrustig wordt?
Misschien herken je dit: je probeert een ademoefening en wordt juist onrustig. Je gaat nadenken over hoe je ademt, het voelt ongemakkelijk en je wilt ermee stoppen.
Dan kan er gemakkelijk een innerlijke strijd ontstaan. Je merkt iets op, vindt dat het anders moet en gaat je best doen. Maar hoe harder je probeert rustig te worden, hoe meer spanning je ervaart.
De een komt snel tot rust. De ander heeft meer tijd nodig. Als je jezelf oplegt dat je meteen kalm moet zijn, wordt stil worden al snel weer iets waarin je moet presteren.
Je mag op een zachte manier onderzoeken wat je opmerkt, zonder alles meteen te veranderen. En je mag daar tijd voor nemen. Begeleiding kan helpen: iemand die je aan de hand neemt, zodat je het niet allemaal alleen hoeft te doen.
Ruimte om te voelen en in verbinding te blijven
In de podcast spraken we ook over het tolerantievenster. Dat is een model dat helpt begrijpen hoe je reageert op spanning en stress.
Binnen dat venster kun je helder denken, voelen wat er in je leeft en in verbinding blijven met jezelf en anderen. Bij oplopende spanning kun je meer in vechten of vluchten terechtkomen. Je adem wordt hoger, je lichaam spant zich aan en je wilt iets doen of ergens bij weg. Je kunt ook merken dat je je terugtrekt en moeilijker in beweging komt.
Gedurende de dag verandert dat. Een confrontatie met een collega, een spannend gesprek of allerlei dingen die tegelijk om je aandacht vragen: je merkt dat je minder rustig aanwezig bent.
Het helpt om dat te leren herkennen. Misschien even zitten, voelen waar spanning zit, rustig ademen of een kort gebed uitspreken. Zo maak je ruimte om weer meer in verbinding verder te gaan.
Het doel is niet dat je nooit meer spanning ervaart. Spanning hoort bij het leven. Je leert opmerken wat er gebeurt en wat je op dat moment nodig hebt.
Een kunstwerk dat leeft en ademt
We gebruiken gemakkelijk woorden als ‘resetten’, ‘herprogrammeren’ of ‘een betere versie van jezelf worden’. Alsof we onszelf voortdurend moeten verbeteren en upgraden.
Maar als ik naar het Bijbelse mensbeeld kijk, zie ik een kunstwerk, gemaakt door een groot Kunstenaar. Een kunstwerk dat leeft en ademt, kijkt en voelt.
Vanuit dat beeld krijgen deze oefeningen ook een andere betekenis. Ze helpen je om opnieuw in verbinding te komen met jezelf, met God en met anderen. Om even stil te staan en te beseffen: ik ben mens. Ik kan niet altijd alles. Ik mag hier zijn.
Heb ook je innerlijke vijanden lief
Wanneer je stil wordt, kun je gedachten tegenkomen waar je helemaal geen zin in hebt. Een innerlijke criticus die zegt dat je harder moet werken. Dat je niet genoeg doet. Dat je hier geen tijd voor hebt.
Jezus zegt: heb je vijanden lief. Ik moet daarbij ook weleens denken aan onze innerlijke vijanden. Wat gebeurt er als we die stemmen met wat meer liefde tegemoet treden?
Je kunt bijvoorbeeld proberen te zien wat zo’n innerlijke opjutter voor je wil doen. Misschien probeert die je te helpen hard je best te doen, zodat je niet afgewezen wordt of je niet hoeft te schamen.
Dan kun je vanbinnen zeggen: "ik zie dat je mij probeert te helpen. Dank je wel daarvoor. Maar nu mag je even stil worden. Ik ga tot rust komen en stil worden bij God."
Je hoeft je niet door elke gedachte te laten opjagen. En je hoeft ook niet met elke gedachte in gevecht.
‘Daar heb ik nu geen tijd voor’
Misschien denk je dat je pas ruimte hebt voor je binnenwereld als je vakantie hebt. Eerst moet je dit nog doen en dat nog afmaken. Daarna komt de rust wel.
Maar soms zit er onder dat uitstellen ook angst. Wat kom ik tegen als ik stil word? Wat gebeurt er als ik mijn gevoelens toelaat? Kan ik dan nog wel verder met mijn week?
Het is goed om dat te delen met iemand die je vertrouwt. En als je merkt dat er veel speelt, met iemand die je daarin goed kan begeleiden. Je hoeft daar niet lang alleen mee rond te lopen.
Tegelijk hoeft het niet allemaal in één keer. Regelmatig een klein moment nemen kan helpen om vertrouwd te raken met rust. Om steeds wat eerder op te merken hoe het met je gaat, in plaats van te wachten tot je lichaam op allerlei manieren om aandacht vraagt.
Een paar minuten om op adem te komen
Wil je daar even ruimte voor maken? Neem dan een paar minuten en ga ontspannen zitten, met je voeten op de grond en je rug prettig recht. Je kunt je ogen sluiten als je dat fijn vindt.
Je hoeft eerst niets te doen. Merk alleen op waar je je adem voelt: bij je neus, je borst of je buik.
Sta er even bij stil dat die adem al je hele leven bij je is. Vanaf die eerste ademhaling waarmee je de wereld liet weten: ik ben er. Laat dat een beeld zijn van Gods aanwezigheid, heel dichtbij.
Als het prettig voelt, laat je uitademing dan iets langer worden dan je inademing. Bijvoorbeeld drie tellen in door je neus en vijf tellen uit door je mond. Laat het rustig gaan, zonder te forceren. Voelt het tellen onprettig, laat het dan los en adem op je eigen manier.
Voel hoe je lichaam meebeweegt. Ontvang iedere ademhaling als een geschenk en laat die in vertrouwen weer los.
Misschien dwalen je gedachten af. Misschien merk je onrust. Je hoeft dat niet meteen op te lossen. Elke ademhaling is een kans om opnieuw te beginnen: je adem te voelen in je lichaam en je aandacht op God te richten.
Beweeg aan het einde rustig je tenen en je vingers. Open je ogen als die gesloten waren en neem even waar hoe je erbij zit.
Je mag steeds weer terugkomen
Na de oefening in de podcast vertelde iemand dat de gedachten alle kanten op waren gegaan. Een ander had lichamelijk rust ervaren, maar was ook afgeleid geweest. Juist de uitnodiging om opnieuw te beginnen hielp om weer aan te haken.
Dat hoort erbij. Je kunt afgeleid zijn en terugkomen. Onrust opmerken en toch even blijven zitten. De stem horen die zegt dat je het niet goed doet, en opnieuw je aandacht richten op je adem en op God.
Iemand die regelmatig het ademgebed oefende, zei eens tegen mij: ‘Soms lijkt het net alsof niet ik bid, maar dat er in mij gebeden wordt.’
Dat vind ik een prachtig beeld van hoe de Geest in ons aanwezig kan zijn. Terwijl wij ademen, stil worden en ons weer laten dragen.
🙏✨ Elke ademhaling is een kans om opnieuw te beginnen.